ECLI:NL:HR:2001:ZD2794
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak wegens wijziging grondslag tenlastelegging en onvoldoende motivering schadevergoeding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte was veroordeeld tot 33 maanden gevangenisstraf voor diverse feiten, waaronder oplichting en diefstal. Het Hof had verdachte vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten en veroordeeld voor andere, waarbij schadevergoedingen aan benadeelde partijen waren toegewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof de feitelijke grondslag van een van de tenlastegelegde feiten (feit 4) wezenlijk heeft gewijzigd door in de bewezenverklaring te stellen dat verdachte zich voordeed als de broer van de rechtmatige eigenaar in plaats van als de eigenaar zelf. Dit betekent dat het Hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten, wat niet is toegestaan.
Daarnaast is de motivering van de beslissing op de schadevordering van een benadeelde partij onvoldoende. Het Hof heeft niet begrijpelijk gemotiveerd dat de geleden schade het rechtstreekse gevolg was van het bewezen verklaarde feit. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het deze punten betreft, wijst het strafrechtelijke gedeelte van het arrest deels terug naar het Hof 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en afdoening, en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt delen van het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting.