Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
3.Het geding in feitelijke instanties
4.Het geding in cassatie
eerste middelonderdeelklaagt belanghebbende over het oordeel van het Hof dat de terbeschikkingstelling van de gronden is te zien als een vergoeding voor de beheeractiviteiten van belanghebbende, naast de vergoeding in geld voor het beheer. Dat oordeel acht zij onbegrijpelijk. Belanghebbende meent dat de van Natuurmonumenten ontvangen vergoedingen geen vergoeding voor haar beheeractiviteiten zijn maar (onbelaste) schadevergoedingen voor een gemis aan inkomsten.
tweede middelonderdeelbestrijdt belanghebbende ’s Hofs oordeel dat Natuurmonumenten verbruikster is van de prestaties die belanghebbende aan haar verricht. Belanghebbende voert aan dat geen sprake is van individueel verbruik door Natuurmonumenten. De activiteiten van belanghebbende komen volgens haar de natuur en het landschap, en dus de samenleving, ten goede.
derde middelonderdeelop tegen het oordeel van het Hof dat de omstandigheid dat de doelstellingen van de subsidiegever (de Provincie) overeenkomsten vertonen met de doelstellingen van de subsidieontvanger (Natuurmonumenten) op zichzelf niet tot het oordeel leidt dat personen die in opdracht van de subsidieontvanger werkzaamheden verrichten een prestatie verrichten aan de subsidiegever en dat daarvoor in het bijzonder de rechtsbetrekkingen tussen partijen van belang zijn. Belanghebbende stelt dat niet moet worden beoordeeld of een rechtsbetrekking bestaat tussen de Provincie en belanghebbende. Naar haar mening moet worden gekeken naar de feitelijke situatie, en die is – zo betoogt zij – dat Natuurmonumenten niet meer doet dan het doorgeven van de subsidie die zij van de Provincie ontvangt.
5.Belastbare handeling
bedongen. [4] Er moet een rechtstreeks verband bestaan tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenwaarde.
Coöperatieve Aardappelenbewaarplaats [5] over een Nederlandse landbouwcoöperatie die aardappelen voor haar leden bewaart zonder een bewaarloon in rekening te brengen. De leden hebben jegens de coöperatie het recht en tevens de plicht jaarlijks 1000 kilogram aardappelen per in hun bezit zijnde, door de vereniging uitgegeven, aandelenbewijs in bewaring te geven, tegen een door de vereniging telkenjare vast te stellen en na afloop van het seizoen te betalen bewaarloon. Krachtens besluit van de vereniging heft deze echter in het desbetreffende jaar geen bewaarloon. De Nederlandse fiscus stelt zich op het standpunt dat de te belasten tegenprestatie bestaat uit de waardedaling van de aandelen van de leden die het gevolg is van het niet heffen van bewaarloon. Het HvJ oordeelt echter dat het rechtstreekse verband in dit geval ontbreekt:
Apple and Pear Development Council [6] staat de vraag centraal of de jaarlijkse bijdrage die Apple and Pear van appel- en perentelers ontvangt in rechtstreeks verband staat met de diensten die zij verricht, waaronder het maken van reclame, het voeren van promotieacties en de verbetering van de kwaliteit van in Engeland en Wales geproduceerde appels en peren. Het HvJ oordeelt:
Tolsma [7] . Tolsma exploiteert een draaiorgel waarmee hij in Nederland op de openbare weg muziek ten gehore brengt. Daarbij nodigt hij voorbijgangers uit, enig kleingeld in het hen voorgehouden mansbakje te doen; ook gebeurt het dat hij bij woningen en winkels langsgaat met het verzoek hem geld te geven. Het HvJ oordeelt dat Tolsma met het ten gehore brengen van muziek zonder dat hiervoor een vergoeding wordt bedongen, ook al verzoekt hij om geld en ontvangt hij zekere bedragen, geen dienst onder bezwarende titel verricht. Het HvJ overweegt in verband daarmee onder meer:
Office des Produits Wallons [8] : Het HvJ oordeelt:
Tolsma, is voor de beoordeling van de vraag of (en aan wie) een prestatie wordt verricht wel degelijk van belang te bepalen of (en tussen welke partijen) een rechtsbetrekking bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld.
HR BNB 2015/143 [9] . De Hoge oordeelt in dit zogenoemde Apothekersarrest dat voor het antwoord op de vraag aan wie prestaties zijn verricht, uitsluitend van belang is of deze zijn verricht ingevolge een rechtsbetrekking met de leverancier of dienstverrichter. Het feit dat anderen belang hebben bij een dienst, doet daaraan niet af:
derde middelonderdeel.
6.Subsidies en btw
Mohr [11] , dat in de jurisprudentie en literatuur als kernarrest op het gebied van subsidies wordt gezien, oordeelt het HvJ dat een landbouwer die een vergoeding ontvangt voor het beëindigen van zijn activiteiten geen belastbare prestatie verricht:
Landboden-Agrardienste [12] – in navolging van de zaak
Mohr– dat een landbouwproducent die in ruil voor een vergoeding zijn jaarlijkse aardappelproductie met 20 percent vermindert, geen belastbare prestatie verricht:
Office des Produits Wallons [13] ,
Keeping Newcastle Warm [14] en
Commissie tegen Italië [15] . Van een prijssubsidie is zoals gezegd sprake indien de vergoeding voor de te verrichten diensten (deels) wordt betaald door een derde partij. Hiervan is in de onderhavige zaak geen sprake.
HR BNB 1999/50 [16] , waar het arrest
Mohrzijn intrede in de Nederlandse jurisprudentie deed. De Hoge Raad oordeelt dat een subsidieontvanger die innovatieve werkzaamheden ten eigen behoeve uitoefent, geen belastbare prestatie verricht:
HR BNB 2004/430 [18] aan inzake een justitiële jeugdinrichting. De Hoge Raad oordeelt dat de hulpverleningsactiviteiten van de gevangenis eigen activiteiten zijn en dat verbruik aan de zijde van de rijksoverheid ontbreekt:
aande subsidiegever verricht, maar van eigen werkzaamheden. Dit voordeelcriterium komt, zo lijkt mij, overeen met het criterium dat uit de HvJ-rechtspraak voortvloeit: het ge- of verbruikscriterium.
HR BNB 2009/127 [19] inzake de exploitatie en het beheer van sportvoorzieningen. De Hoge Raad zet in punt 3.2.3 van dat arrest uiteen wanneer sprake is van een onbelaste subsidie:
HR BNB 2013/190 [20] merkt A-G van Hilten op dat het feit dat het algemeen belang met een prestatie wordt gediend, niet reeds betekent dat geen sprake kan zijn van verbruik:
HR BNB 2015/143.
HR BNB 1999/50, missen om die reden te dezen toepassing.
HR BNB 2015/143). [21]
tweede middelonderdeelkan daarom evenmin slagen.
7.Schadevergoedingen en btw
Société Thermaleinzake een hotel dat in geval van annulering de reeds betaalde reserveringsvoorschotten behoudt, oordeelt het HvJ dat de reserveringsvoorschotten geen vergoeding voor een dienst vormen maar dienen te worden aangemerkt als schadevergoeding:
Air Franceis de vraag aan de orde of de vergoedingen die Air France ontvangt voor uitgegeven maar niet gebruikte vliegtickets kunnen worden aangemerkt als schadevergoedingen. Het HvJ beantwoordt deze vraag ontkennend:
Air Francebracht veel pennen in beweging. [26] Auteurs vragen zich met name af of het arrest
Société Thermaledoor dit arrest is achterhaald. In beide zaken wordt een voorschot betaald maar het HvJ komt bij
Air France, in tegenstelling tot
Société Thermale, tot het oordeel dat geen sprake is van een onbelaste schadevergoeding. Hoewel de zaken op het eerste gezicht gelijkenis vertonen, zijn de verschillen mijns inziens dermate groot dat een andere uitkomst gerechtvaardigd is. Zo sluit
Société Thermalefacultatieve voorschotovereenkomsten, bedragen de voorschotten slechts een deel van de prijs van de overnachting en lijdt
Société Thermaledaadwerkelijk schade. Tussen de rechtsregel die het HvJ formuleert lijkt in beide zaken geen verschil te zitten: er is slechts sprake van een schadevergoeding indien de vergoeding niet in rechtstreeks verband staat met een prestatie maar dient ter compensatie van geleden schade.
HR BNB 1992/183 [27] een boekenclub geen omzetbelasting verschuldigd over de aanmaningskosten die aan leden die niet tijdig betalen in rekening is gebracht. Naar het oordeel van de Hoge Raad worden deze aanmaningskosten niet ter zake van de levering van een boek in rekening gebracht doch ter vergoeding van de extra kosten die belanghebbende als schuldeiser moet maken teneinde haar vordering te innen. De videotheek in
HR BNB 1995/181 [28] daarentegen moet wel omzetbelasting voldoen over de bedragen die hij als boete in rekening brengt: die boete is namelijk even hoog als de dagverhuurprijs van de videoband vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de band te laat wordt teruggebracht.
eerste middeloordeelniet slagen.