ECLI:NL:HR:2002:AD7773
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing voorziening voor toekomstige VUT-bijdragen in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die zij betwistte. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. In cassatie richtte belanghebbende zich tegen het oordeel dat zij geen verplichting of voorziening mocht opnemen voor toekomstige bijdragen aan de Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding (VUT) voor personeel dat reeds vervroegd was uitgetreden.
De Hoge Raad oordeelde dat de financiering van de VUT-regeling op omslagbasis plaatsvindt, waarbij werkgevers slechts een jaarlijkse loonsombijdrage verschuldigd zijn. Er is geen rechtens afdwingbare verplichting voor toekomstige bijdragen die op de balansdatum reeds bestond. Het Hof had dit oordeel voldoende gemotiveerd en feitelijke waarderingen zijn in cassatie niet toetsbaar.
Ook de stelling dat de VUT-regeling zou worden vervangen door een vroegpensioenregeling en daarmee een kapitaaldekkingsstelsel zou ontstaan, bood geen grond voor een voorziening. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde het oordeel van het Hof dat toekomstige loonsombijdragen niet aan de balansdatum kunnen worden toegerekend.
De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten en sprak het arrest uit op 26 april 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat geen voorziening voor toekomstige VUT-bijdragen mag worden gevormd.