ECLI:NL:HR:2002:AD9334
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep inzake medische keuring en gezondheidsverklaring in alimentatiegeschil
De vrouw vorderde in kort geding dat de man medewerking zou verlenen aan een medische keuring en een gezondheidsverklaring zou afgeven, noodzakelijk voor het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering ter dekking van alimentatie. De President van de Rechtbank wees deze vordering af, maar het Hof vernietigde dit en veroordeelde de man binnen een maand mee te werken aan de keuring en verklaring, met een dwangsom bij niet-naleving.
De man stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De vrouw betoogde dat de man geen belang meer had bij cassatie vanwege een minnelijke regeling na het arrest, waarin de man alsnog medewerking toezegde en de vrouw afstand deed van dwangsommen en eigen ontvangst van de uitslag. De man stelde dat hij wel belang had, onder meer omdat het Hof niet oordeelde over de kosten en de vrouw mogelijk een nieuwe keuring zou vragen bij een alimentatieverhoging.
De Hoge Raad oordeelde dat de minnelijke regeling het arrest verving en dat het arrest niet meer tegen de man kon worden uitgevoerd. Het ontbreken van een uitspraak over kosten gaf geen belang bij cassatie, en de mogelijke toekomstige keuring was geen belang in deze procedure. Daarom verklaarde de Hoge Raad de man niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep en bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep wegens gebrek aan belang.