ECLI:NL:HR:2002:AD9600
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en verjaring bij schadevergoeding wegens bestuursrechtelijke geschillen over melkveehouderij
Eiser, een melkveehouder die in 1981 het bedrijf van zijn vader overnam, vorderde schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatig handelen bij de behandeling van zijn verzoek om bijzondere heffingvrije melk. Het verzoek was geweigerd en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) had zijn beroep verworpen.
De rechtbank wees de vordering af en het hof verklaarde eiser niet-ontvankelijk wegens verjaring. Eiser stelde dat de verjaring onredelijk en onaanvaardbaar was, mede vanwege een latere uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onpartijdigheid van het CBB.
De Hoge Raad oordeelde dat de verjaringstermijn op 29 maart 1989 begon en op 29 maart 1994 was voltooid, en dat eiser tijdig had moeten handelen. Het beroep op verjaring door de Staat was terecht, ook gelet op de mogelijkheid tot stuiting van de verjaring. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens verjaring van de vordering van eiser tegen de Staat.