ECLI:NL:HR:2002:AE2180
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vakantieaanspraak en zwangerschapsverlof van basisschoollerares onder het Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel
De zaak betreft een lerares in het bijzonder basisonderwijs die vordert dat de vakantiedagen die samenvallen met haar zwangerschaps- en bevallingsverlof niet als genoten vakantiedagen worden aangemerkt en dat zij deze dagen buiten de schoolvakanties mag opnemen. De kantonrechter wees de vorderingen toe, en de rechtbank bekrachtigde dit oordeel. De Vereniging stelde beroep in cassatie in.
De Hoge Raad oordeelt dat de arbeidsovereenkomst van de lerares onder het Burgerlijk Wetboek valt en dat de dwingendrechtelijke bepalingen van titel 10 Boek 7 BW, waaronder art. 7:636 BW Pro over vakantie en verlof, niet door het Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel (RpbO) kunnen worden verdrongen. Het RpbO regelt slechts dat vakantieverlof wordt genoten tijdens schoolvakanties, maar bepaalt niet de omvang van de vakantieaanspraak.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling. Tevens wordt benadrukt dat het ontbreken van compensatie voor vakantiedagen tijdens zwangerschapsverlof geen verboden onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers vormt, maar dat de wettelijke minimumvakantieaanspraak van twintig dagen per jaar blijft gelden.
De lerares wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt de bescherming van werknemersrechten onder het BW, ook voor leraren in het bijzonder basisonderwijs, ondanks de specifieke regelingen in het RpbO.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnis en verwijst zaak naar gerechtshof voor verdere behandeling.