ECLI:NL:HR:2002:AE2183
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over vakantieverlof en zwangerschapsverlof onderwijspersoneel
De zaak betreft een geschil tussen een lerares en een Stichting over de toekenning van dertien verlofdagen die samenvielen met haar zwangerschaps- en bevallingsverlof. De lerares vorderde primair dat deze verlofdagen aan haar zouden worden toegekend om later op te nemen, subsidiair een schadevergoeding. De Stichting weigerde dit en verweerde zich met verwijzing naar het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpbO) en de toepasselijke cao.
De Kantonrechter en de Rechtbank Middelburg wezen de vorderingen van de lerares toe, maar de Stichting stelde cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat art. I-C2 RpbO niet de omvang van de vakantieaanspraak bepaalt en dat het recht op minimaal twintig vakantiedagen per jaar volgens art. 7:634 BW Pro blijft gelden. De Hoge Raad stelde vast dat er geen direct verboden onderscheid is tussen mannen en vrouwen door de regeling omtrent zwangerschapsverlof en schoolvakanties.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de Rechtbank en verwees de zaak naar het Hof van het ressort voor verdere behandeling. Tevens werden de proceskosten verdeeld tussen partijen. De zaak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige toetsing van arbeidsvoorwaarden in relatie tot zwangerschapsverlof en vakantieverlof binnen het onderwijs.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank Middelburg wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.