ECLI:NL:HR:2002:AE3365
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor feitelijke aanranding van een minderjarige onder psychische dwang
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor feitelijke aanranding van een 13-jarig slachtoffer. Het hof stelde vast dat de verdachte, een bekende van de familie, tijdens een bezoek het slachtoffer onder psychische druk zette om ontuchtige handelingen te dulden. Het slachtoffer voelde zich gedwongen vanwege dreigementen en het fysieke en geestelijke overwicht van de verdachte.
Het hof veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en onbetaalde arbeid, waarbij het slachtoffer niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn vordering. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring voldoende en juist had gemotiveerd, waarbij het begrip 'feitelijkheden' in de tenlastelegging conform art. 246 Sr Pro werd uitgelegd. De psychische druk en het overwicht van de verdachte waren voldoende vastgesteld om de gedragingen als feitelijke aanranding te kwalificeren.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling en strafoplegging gehandhaafd bleven. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot vernietiging of herziening van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid wegens feitelijke aanranding onder psychische dwang.