ECLI:NL:HR:2002:AE3385
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Huurdersbijdrage in herstelkosten achterstallig onderhoud bedrijfsruimte
In deze zaak stond de vraag centraal of de huurder verplicht was mee te betalen aan de kosten van achterstallig onderhoud aan een gehuurde bedrijfsruimte, specifiek de elektrische installatie. De huurovereenkomst bepaalde dat beide partijen ieder de helft van de kosten van achterstallig groot onderhoud zouden dragen. De verhuurder had zonder voorafgaande sommatie werkzaamheden laten uitvoeren en vorderde betaling van de huurder.
De kantonrechter wees de vorderingen van de verhuurder af, maar in hoger beroep werd dit oordeel vernietigd. De rechtbank oordeelde dat de huurder, ook zonder voorafgaande sommatie, gehouden was tot betaling van de helft van de herstelkosten, mits deze betrekking hadden op achterstallig onderhoud. Dit werd onderbouwd met getuigenverklaringen en bewijs van de noodzaak van de werkzaamheden.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de huurder. Het hof oordeelde dat de verplichting tot betaling uit de overeenkomst voortvloeit en dat het niet vereist is dat de verhuurder de huurder vooraf informeert of sommeert. De kosten werden begroot op ruim ƒ 20.000, waarvan de huurder de helft moet betalen. De Hoge Raad veroordeelde de huurder tevens in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de huurder conform de overeenkomst voor de helft moet bijdragen in de herstelkosten van achterstallig onderhoud.