ECLI:NL:HR:2002:ZC8109
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugwerkende kracht overdrachtsbelasting niet in strijd met EVRM
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd wegens verkrijging van de economische eigendom van een onroerende zaak. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
De kern van het geschil betrof de terugwerkende kracht van de wetswijziging die de economische eigendom onder de overdrachtsbelasting bracht, met terugwerkende kracht tot 31 maart 1995. Het Hof oordeelde dat deze terugwerkende kracht niet in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het EVRM het heffen van belasting door staten niet verbiedt mits de rechten worden gerespecteerd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van belanghebbende. Daarbij verwees de Hoge Raad naar eerdere jurisprudentie en het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Zielinski e.a. tegen Frankrijk. De Hoge Raad oordeelde dat het EVRM geen verbod inhoudt op terugwerkende belastingheffing zoals in deze zaak.
De Hoge Raad wees ook het beroep af zonder proceskostenveroordeling. Hiermee is de naheffingsaanslag definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft gehandhaafd.