ECLI:NL:HR:2002:ZC8146
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsongelijkheid arbeidskostenforfait 1995 niet onaanvaardbaar
Belanghebbende, predikant in 1995, kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 63.561. Hij huurde een ambtswoning met een lagere huurwaarde dan de economische waarde, waardoor het Hof het verschil als inkomen in natura aanmerkte.
Het Hof vernietigde de eerdere uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof over het gemiddelde inkomen van predikanten feitelijk is en niet in cassatie kan worden getoetst.
Ook het oordeel dat het niet uitmaakt van wie de pastorie werd gehuurd, werd bevestigd. Ten aanzien van de rechtsongelijkheid in het arbeidskostenforfait over 1995, stelde de Hoge Raad dat de wetgever niet verplicht was deze met terugwerkende kracht op te heffen en dat de geringe omvang van het verschil een overgangsregeling rechtvaardigde.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de uitspraak van het Hof.