ECLI:NL:HR:2003:AF1882
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen staatssteun bij CAO-heffingen voor opleidingsfonds vleeswarenindustrie
In deze zaak vorderden Compaxo c.s. betaling van door de Stichting Vormingsfonds opgelegde heffingen, welke zij niet voldeden. Compaxo c.s. stelden dat deze heffingen een verboden steunmaatregel vormden op grond van het EU-verdrag en dat de regeling nietig was.
De rechtbank en de Hoge Raad onderzochten of de algemeen verbindendverklaring van de CAO en de daarop gebaseerde subsidieregelingen als staatssteun in de zin van art. 87 EG Pro (thans art. 107 VWEU Pro) konden worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de regeling een maatregel van de staat vormde, maar geen steunmaatregel was omdat het een collectieve regeling betrof die de arbeidsvoorwaarden verbeterde.
De Hoge Raad stelde vast dat het sociale doel van de regeling niet voldoende is om deze buiten het bereik van art. 87 EG Pro te brengen. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de Stichting geen overheidsorgaan is en dat de heffingen niet uit staatsmiddelen worden bekostigd, zodat geen sprake is van staatssteun.
Het cassatieberoep werd verworpen en de kosten werden gecompenseerd. De uitspraak bevestigt dat collectieve CAO-heffingen voor opleidingsfondsen niet snel als verboden staatssteun worden aangemerkt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de heffingen vormen geen verboden staatssteun.