ECLI:NL:HR:2003:AF1978
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Nietigheid hoger beroep wegens schending aanwezigheidsrecht door onjuiste betekening dagvaarding
De verdachte stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de kantonrechter, waarbij hij een postbusadres in Nederland had opgegeven. Tijdens de betekening van de dagvaarding in hoger beroep was echter bekend dat de verdachte in het buitenland verbleef. De dagvaarding werd rechtsgeldig betekend aan het buitenlandse adres, maar niet aan het opgegeven postbusadres.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend en dat de verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht door niet te verschijnen. De Hoge Raad stelde echter dat als een verdachte een ander adres opgeeft dan zijn inschrijving in de GBA, een afschrift van de dagvaarding aan dat adres moet worden gezonden om aan te nemen dat afstand is gedaan van het aanwezigheidsrecht.
Omdat geen afschrift aan het postbusadres was gezonden en er geen aanwijzingen waren dat dit adres achterhaald was, had de rechtbank moeten onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst moest worden om de verdachte alsnog in zijn tegenwoordigheid te berechten. Het ontbreken van dit onderzoek leidt tot nietigheid van het hoger beroep en de uitspraak. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis wegens nietigheid van het hoger beroep en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.