ECLI:NL:HR:2003:AF3288
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdracht onderneming en toepassing artikel 45 lid 5 Wet op de inkomstenbelasting 1964
Belanghebbende exploiteerde sinds 1985 samen met een partner een café-restaurant in de vorm van een vennootschap onder firma. In 1992 trad belanghebbende uit de vennootschap en droeg zijn firma-aandeel over aan een BV in oprichting, waarna de partner het café-restaurant als eenmanszaak voortzette.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op, die na bezwaar werd verminderd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. In cassatie werd betwist of sprake was van een overdracht van een onderneming als bedoeld in artikel 45 lid 5 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964.
De Hoge Raad overwoog dat de overdracht aan de partner als eenmanszaak niet kwalificeert als overdracht aan die partner, omdat de overdracht aan de BV voorafging en de overdracht aan de partner was overeengekomen als een daarop volgende overdracht. Dit strookt met eerdere jurisprudentie. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bevestigde het oordeel van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; geen overdracht van onderneming in de zin van artikel 45 lid 5 Wet op de inkomstenbelasting 1964.