ECLI:NL:HR:2003:AF3416
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitzendverbod wegens onrechtmatige uitzending en bescherming bedrijfsnaam en persoonlijke levenssfeer
In deze zaak stonden meerdere kort gedingvonnissen centraal waarin eiseressen, waaronder SBS Broadcasting B.V., verboden werden om televisieopnamen gemaakt in de bedrijfsruimte van IPA uit te zenden en negatieve uitlatingen te doen over IPA en [verweerder 1]. De rechtbanken en het hof hadden deze verboden bevestigd vanwege onrechtmatig handelen jegens IPA en [verweerder 1].
De Hoge Raad oordeelde dat het uitzendverbod een gerechtvaardigde beperking is van de vrijheid van meningsuiting, zoals beschermd onder artikel 10 EVRM Pro, omdat het noodzakelijk was ter bescherming van de goede naam en rechten van anderen. De beperking was voorzien bij de wet, proportioneel en diende een legitiem doel. Tevens werd bevestigd dat het onrechtmatig handelen bestond uit het maken en uitzenden van opnamen zonder toestemming, op een wijze die afweek van maatschappelijk aanvaardbare journalistiek.
Verder werd geoordeeld dat het verbod ook betrekking kon hebben op geluidsopnamen en dat het onherkenbaar maken van het gezicht niet per definitie het portretrecht op grond van artikel 21 Auteurswet Pro uitsluit. De Hoge Raad verklaarde eiser 2 en SBS in bepaalde onderdelen niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van partijstelling in hoger beroep en verwierp de overige beroepen. De kosten van het geding werden aan eiseressen opgelegd.
Uitkomst: Het uitzendverbod en het verbod op negatieve uitlatingen worden bevestigd en de beroepen worden afgewezen.