ECLI:NL:HR:2003:AF6609
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijdrage kosten verzorging en opvoeding bij co-ouderschap
De moeder verzocht de rechtbank om de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van hun twee minderjarige kinderen vast te stellen op ƒ 375 per kind per maand vanaf 1 januari 2000. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar de vader ging in hoger beroep. Het Hof Amsterdam bevestigde de beschikking van de rechtbank. De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad constateerde dat het Hof bij de beoordeling was uitgegaan van een verdeling van de kosten in een verhouding 2:1 tussen moeder en vader, gebaseerd op een door de vader gestelde maar door de moeder betwiste afspraak. Het Hof had echter onvoldoende rekening gehouden met de kosten die de vader maakt in zijn rol als mede-verzorgende ouder, terwijl de kinderen feitelijk de zorg gelijkelijk tussen ouders delen.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onduidelijkheid had laten bestaan over de feitelijke zorgverdeling en dat het Hof niet had meegenomen dat de moeder de kinderbijslag ontvangt, waardoor bepaalde kosten door die kinderbijslag worden gedekt. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.