ECLI:NL:HR:2003:AF7807
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake naheffingsaanslag omzetbelasting over overname exploitatie bedrijfshal
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode december 1996 tot en met december 1997. Na bezwaar en een vermindering door de Inspecteur, verklaarde het Hof Leeuwarden het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in cassatie tegen deze uitspraak.
De zaak betreft de overname van de exploitatie van een bedrijfshal en bedrijfswoning, waarbij belanghebbende de huur van B B.V. overnam en A B.V. afstand deed van haar huurovereenkomst. Belanghebbende betaalde een vergoeding inclusief omzetbelasting voor de exploitatie en verbouwingen. A B.V. was failliet en had de omzetbelasting niet voldaan. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op, stellende dat artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing was.
Het Hof oordeelde dat sprake was van een algemeenheid van goederen en dat artikel 31 van Pro toepassing was, zonder te beslissen of belanghebbende ondernemer was in de zin van artikel 7, lid 2, letter b, van de Wet. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel onvoldoende gemotiveerd is omdat het Hof het essentiële punt van ondernemerschap onbesproken liet, terwijl dit bepalend is voor de toepassing van artikel 31.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor volledige herbeoordeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwd onderzoek.