ECLI:NL:HR:2007:AZ5473
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplegen poging tot moord en wapensmisdrijf
De verdachte werd door het hof in hoger beroep veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot moord en het medeplegen van handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. In cassatie werd aangevoerd dat het hof ten onrechte een verklaring van een medeverdachte als bewijs gebruikte, maar dit middel faalde omdat die verwijzing overbodig was gezien het overige bewijsmateriaal.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat er geen andere gronden waren om het arrest te vernietigen, behalve dat de redelijke termijn van behandeling van het cassatieberoep was overschreden. Gezien de overschrijding van meer dan zestien maanden werd ambtshalve strafvermindering toegepast.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de duur van de gevangenisstraf betrof en verminderde deze tot zes jaar en tien maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van een tijdige rechtsgang en de toepassing van art. 6 EVRM Pro bij overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zes jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.