ECLI:NL:HR:2003:AI0271
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over schadevergoeding na ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onduidelijke motivering rechtbank
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever over schadevergoeding na ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer vorderde onder meer vergoeding van inkomensschade over verschillende perioden, gebaseerd op strijdig handelen van de werkgever met goed werkgeverschap.
De kantonrechter wees een deel van de vorderingen toe en wees andere af. De rechtbank bekrachtigde dit vonnis, waarbij zij oordeelde dat de reeds toegekende vergoeding op grond van artikel 7:685 BW Pro alle relevante factoren omvatte, zodat geen aanvullende vergoeding mogelijk was.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank omdat deze onvoldoende inzicht gaf in haar motivering omtrent de feiten waarop de vergoeding was gebaseerd en waarom de aanvullende vordering werd afgewezen. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad benadrukt dat de vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst in principe alle relevante factoren omvat, maar dat aanspraken die betrekking hebben op perioden voor de beëindiging en geen verband houden met de beëindiging daarvan, buiten deze vergoeding kunnen vallen.
De werkgever wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnis rechtbank en verwijst zaak naar gerechtshof voor verdere behandeling.