ECLI:NL:HR:2003:AI0289
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonbelasting- en premieschulden bevestigd door Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen een vennootschap onder firma en twee natuurlijke personen (eisers) en de ontvanger van de Belastingdienst Haaglanden (verweerder). De ontvanger vorderde hoofdelijke aansprakelijkheid van eisers voor loonbelasting- en premieschulden van een derde tot een bedrag van ƒ 79.688, vermeerderd met invorderingsrente.
De rechtbank verklaarde de eisers hoofdelijk aansprakelijk en dit oordeel werd bevestigd door het gerechtshof na vernietiging van het eerdere vonnis. Tegen dit arrest stelde eisers cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hiermee bleef de hoofdelijke aansprakelijkheid van eisers onverminderd van kracht.
De Hoge Raad veroordeelde eisers tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd op 26 september 2003 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de hoofdelijke aansprakelijkheid van eisers voor de loonbelasting- en premieschulden wordt bevestigd.