ECLI:NL:PHR:2006:AU7473
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Jaarrekeningrechtelijke geschillen over waardering en presentatie van transacties en immateriële activa bij KPN
De zaak betreft een cassatieprocedure tegen arresten van de Ondernemingskamer die de jaarrekening van KPN over 2000 hebben beoordeeld. De Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (SOBI) had KPN gedagvaard wegens vermeende onjuiste verwerking van diverse transacties in de jaarrekening, waaronder de NTT DoCoMo-transactie, de BellSouth/E-Plus-transactie en de waardering van goodwill en UMTS-licenties.
De Ondernemingskamer oordeelde onder meer dat de verwerking van de verwateringswinst uit de NTT DoCoMo-transactie onder "overige bedrijfsopbrengsten" het vereiste inzicht versluierde en dat deze winst beter onder een aparte post "resultaat uit niet-operationele bedrijfsvoering" of als buitengewone baten had moeten worden verantwoord. Daarnaast werd geoordeeld dat de toelichting op de waardering van de warrant en het conversierecht in de BellSouth/E-Plus-transactie onvoldoende inzicht bood, met het bevel tot verbetering van de toelichting. Ten aanzien van de waardering van goodwill en licenties werd vastgesteld dat de gehanteerde impairmentmethode niet aanvaardbaar was en dat de toelichting ontoereikend was.
In cassatie behandelt de Hoge Raad onder meer de mate van toetsing van de rechter aan de waarderingen van de ondernemingsleiding, de betekenis van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving als subnormen, en de procesrechtelijke grenzen van de jaarrekeningprocedure. De Hoge Raad benadrukt de beperkte toetsingsbevoegdheid van de rechter bij waarderingen en de noodzaak van voldoende motivering door de Ondernemingskamer. De Hoge Raad oordeelt dat de Ondernemingskamer buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door een oordeel te geven over de verwerking van de boekwinst in de winst- en verliesrekening dat SOBI niet aan de orde had gesteld. Verder wordt de keuzevrijheid van de ondernemingsleiding in de presentatie van de jaarrekening bevestigd, mits deze maatschappelijk aanvaardbaar is en stelselmatig wordt toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beperkte toetsingsbevoegdheid van de rechter bij jaarrekeninggeschillen en oordeelt dat de Ondernemingskamer deels terecht maar ook buiten de rechtsstrijd heeft gehandeld.