ECLI:NL:HR:2003:AJ0533
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak deelname aan criminele organisatie
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en diverse andere misdrijven, waaronder medeplegen van diefstal en afpersing, gepleegd in de periode van 1998 tot 2001.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf, maar verklaarde een deel van de dagvaarding nietig en sprak hem vrij van een tenlastelegging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een kennelijke misslag had gemaakt in de bewezenverklaring met betrekking tot een overval te Hazeldonk die plaatsvond vóór de periode van deelneming aan de organisatie. Deze misslag werd hersteld zonder dat dit de aard en ernst van het bewezenverklaarde aantastte.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden omdat de zaak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep werd behandeld. Dit leidde tot een strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en bepaalde deze op acht jaar en zeven maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot acht jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.