ECLI:NL:HR:2003:AK3701
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bewijsverdeling bij beëindiging huurovereenkomst en aansprakelijkheid voor herstelkosten
In deze zaak vordert Stichting Standvast Wonen (DGW) betaling van herstelkosten en andere kosten van [eiser] c.s. wegens vermeende tekortkomingen bij het opleveren van een gehuurde woning. De kern van het geschil betreft de vraag of de huurovereenkomst tussen DGW en [eiser] c.s. per 1 juli 1988 is geëindigd, omdat DGW de woning toen aan derden heeft verhuurd.
De kantonrechter en rechtbank stelden dat de bewijslast voor het beëindigen van de huurovereenkomst bij [eiser] c.s. lag en dat zij niet slaagden in het bewijs dat de overeenkomst per 1 juli 1988 was geëindigd. Daarom werden zij veroordeeld tot betaling van een deel van de gevorderde kosten.
De Hoge Raad stelt echter dat de bewijslast voor het tijdstip van beëindiging van de huurovereenkomst bij DGW rust, omdat het rechtsgevolg van de vordering tot betaling van herstelkosten afhankelijk is van het bestaan en het tijdstip van beëindiging van de huurovereenkomst. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de schriftelijke huurovereenkomst tussen DGW en de derde partijen niet dwingend bewijs oplevert jegens [eiser] c.s., omdat zij niet als wederpartij bij die akte kunnen worden aangemerkt. DGW wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.