ECLI:NL:HR:2003:AL9069
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van betekening appèldagvaarding bij emigratie verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, waarin verdachte bij verstek is veroordeeld. Verdachte was geëmigreerd en had geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland meer. Het hof stelde vast dat het laatst opgegeven adres door een latere opgave was achterhaald en daarom niet als feitelijke woon- of verblijfplaats kon gelden.
De dagvaarding in hoger beroep werd daarom uitgereikt aan de griffier, conform art. 588 Sv Pro, omdat geen woon- of verblijfplaats bekend was. Verdachte stelde dat het hof pas tot verstekbehandeling had mogen overgaan nadat was geprobeerd via buitenlandse autoriteiten het actuele adres te achterhalen of nadat een afschrift van de dagvaarding naar het laatst bekende Nederlandse adres was gestuurd.
De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat art. 588 Sv Pro geen dergelijke verplichting bevat. Het hof heeft het rechtmatig gedaan door de dagvaarding aan de griffier te betekenen en de zaak buiten aanwezigheid van verdachte te behandelen. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtmatigheid van de verstekbehandeling en betekening van de dagvaarding.