ECLI:NL:HR:2003:AN7304
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Begrip besloten lokaal bij wederrechtelijk binnendringen volgens art. 138 Sr
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het wederrechtelijk binnendringen in een besloten lokaal, te weten het Spaanse consulaat te Amsterdam. De verdachte had zich met een ander op een balkon van het consulaat begeven, dat via balkondeuren toegankelijk is en integraal deel uitmaakt van het besloten lokaal.
De verdediging voerde aan dat het balkon geen lokaal in de zin van art. 138 Sr Pro is, en dat verdachte daarom vrijgesproken moest worden. Het hof verwierp dit verweer omdat het balkon onderdeel uitmaakt van het besloten lokaal, ondanks dat het van buitenaf via een ladder bereikbaar is.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven omtrent het begrip 'besloten lokaal' en dat de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd is. Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.
Het arrest bevestigt dat het begrip binnendringen in een besloten lokaal ook het zich begeven op een balkon omvat, mits dit balkon integraal deel uitmaakt van het lokaal en tegen de wil van de rechthebbende wordt betreden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens binnendringen in een besloten lokaal blijft in stand.