ECLI:NL:PHR:2010:BM0940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste uitleg flatverbod en wederrechtelijk binnendringen
Verdachte was door een woningstichting een flatverbod opgelegd voor een flatgebouw waar hij geen huurder was, omdat hij hinderlijk gedrag vertoonde. Op 22 mei 2007 betrad verdachte de flat om zijn tante te bezoeken, die hem toestemming gaf en de deur opende. Het hof sprak verdachte vrij omdat het oordeelde dat het flatverbod niet zo ver reikt dat het het recht van bewoners om bezoek te ontvangen beperkt.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door te oordelen dat toestemming van een bewoner het flatverbod kan opheffen. De term 'wederrechtelijk' in art. 138 Sr Pro moet ruim worden uitgelegd als 'zonder recht' of 'zonder bevoegdheid'. Het flatverbod was door de woningstichting rechtsgeldig opgelegd en verdachte was daarvan op de hoogte, zodat hij zonder recht handelde.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Daarbij moet het hof rekening houden met de juiste uitleg van 'wederrechtelijk' en de belangenafweging tussen het flatverbod en het recht op familiebezoek, waarbij overleg tussen rechthebbenden noodzakelijk is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling vanwege een onjuiste uitleg van 'wederrechtelijk'.