ECLI:NL:HR:2003:AN7736
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag inkomstenbelasting na beroep belanghebbende
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 59.377, inclusief een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van ƒ 56.791.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat belanghebbende niet voor een beperkte periode had belegd en dat de gehanteerde gebruiksduur van 33,3 jaar en restwaarde van 25% na die periode niet onbegrijpelijk waren. De bezwaren van de Staatssecretaris tegen deze feitelijke oordelen faalden in cassatie.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van € 644 voor rechtsbijstand. Tevens werd een griffierecht van € 348 geheven. Hiermee blijft de aanslagvermindering zoals vastgesteld door het Hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de aanslagvermindering blijft gehandhaafd.