ECLI:NL:HR:2004:AF7824
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid naheffingsaanslag pensioenoverdracht aan niet-toegelaten verzekeraar
Belanghebbende, woonachtig in België sinds augustus 1994, kreeg over 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 1.517.915. Deze aanslag werd verminderd door het Hof 's-Hertogenbosch na bezwaar en beroep omdat de naheffingsaanslag was gebaseerd op de overdracht van een pensioenverplichting aan een Belgische verzekeraar die niet tot de toegelaten categorieën van artikel 11b van de Wet op de loonbelasting 1964 behoort.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof, stellende dat de aanspraak op pensioen door de overdracht niet langer een pensioenaanspraak was en dat de aanspraak daarom tot het loon moest worden gerekend. De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever met artikel 11c van de Wet een fictieregeling heeft getroffen die dubbele heffing kan veroorzaken en daarmee in strijd is met het doel en de strekking van het belastingverdrag Nederland-België.
De Hoge Raad verwierp het middel van de Staatssecretaris dat de overdracht aan een niet-toegelaten verzekeraar zou leiden tot het verval van de pensioenaanspraak en bevestigde dat artikel 11c, lid 2, van de Wet een aparte regeling bevat die overdracht gelijkstelt aan afkoop. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt de vermindering van de aanslag door het Hof.