ECLI:NL:HR:2004:AO1939
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring ontslag op staande voet en toekenning contractuele afvloeiingsvergoeding
De zaak betreft het geschil tussen Drankencentrale Waterland B.V. (DCW) en haar voormalig directeur, die op staande voet werd ontslagen wegens vermeende belastingfraude. De werknemer vorderde nietigverklaring van het ontslag en betaling van loon en een contractuele afvloeiingsvergoeding.
De kantonrechter wees de meeste vorderingen af, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het ontslag nietig was. De rechtbank kende de werknemer loonbetalingen toe en een vergoeding op grond van een vooraf overeengekomen afvloeiingsregeling in de arbeidsovereenkomst.
DCW stelde beroep in cassatie tegen deze uitspraak, waarbij de Hoge Raad oordeelde dat het beding in de arbeidsovereenkomst niet nietig is en dat een contractuele afvloeiingsregeling naast een ontbindingsvergoeding kan worden nagekomen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van DCW en het incidentele beroep van de werknemer en veroordeelde partijen in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de contractuele afvloeiingsvergoeding is toegekend.