ECLI:NL:HR:2004:AO3467
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt beperking verdediging bij verstek
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin hij was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en meerdere overtredingen van de Opiumwet. De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte een geldboete met een te lange vervangende hechtenis had opgelegd, in strijd met artikel 24c Wetboek van Strafrecht, en corrigeerde dit door de duur van de vervangende hechtenis te beperken tot maximaal één jaar.
Verder werd bevestigd dat een raadsman die niet uitdrukkelijk gemachtigd is door de verdachte niet het woord ter verdediging mag voeren bij verstek, maar slechts toelichting mag geven en aanhouding kan verzoeken. De verdediging had niet tijdig aanhouding gevraagd om alsnog machtiging te verkrijgen, waardoor het oordeel van het Hof dat de raadsvrouw niet mocht spreken, niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad vernietigde derhalve het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, verminderde de gevangenisstraf tot drie jaar en zeven maanden en de vervangende hechtenis tot één jaar, en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf tot drie jaar en zeven maanden en de vervangende hechtenis tot één jaar, en bevestigt dat een niet-gemachtigde raadsman bij verstek niet het woord mag voeren.