ECLI:NL:HR:2004:AO4208
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over anti-dumpingrechten wegens onbevoegdheid
Belanghebbende X B.V. verzocht om terugbetaling van anti-dumpingrechten ter waarde van ƒ 62.045,20, welke door de Inspecteur bij beschikking van 12 april 2000 werd afgewezen. Na het maken van bezwaar en het instellen van beroep bij de Tariefcommissie, die werd opgevolgd door het Gerechtshof Amsterdam, verklaarde het Hof het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 30d, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) tegen een beschikking tot terugbetaling van anti-dumpingrechten uitsluitend beroep openstaat bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en niet bij het Gerechtshof. Artikel 30d, lid 2, AWR ziet slechts op bezwaren tegen een beschikking tot indeling in het douanetarief, niet op andere beschikkingen zoals uitnodigingen tot betaling of terugbetalingsbeschikkingen.
Daarom was het Gerechtshof niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep van belanghebbende. De uitspraak van het Hof kon dan ook niet in stand blijven en werd vernietigd. De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de kosten van het cassatiegeding.
Deze uitspraak verduidelijkt de rechtsgang bij geschillen over anti-dumpingrechten en bevestigt de exclusieve bevoegdheid van het College van Beroep voor het bedrijfsleven bij dergelijke terugbetalingsbeschikkingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof wegens onbevoegdheid en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten.