ECLI:NL:HR:2004:AO5124
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging onderhoudsbijdrage na echtscheiding bij parttime arbeid vrouw
De vrouw verzocht de rechtbank om echtscheiding en vaststelling van een onderhoudsbijdrage van €907,56 per maand. De rechtbank wees de echtscheiding toe en stelde een lagere alimentatie vast. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde de alimentatie nog lager vast, met ingang van 1 juni 2005 op nihil.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het besluit van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet definitief het recht op levensonderhoud had beëindigd op grond van artikel 1:157 lid 3 BW Pro, maar gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om de alimentatie op nihil te stellen met het oog op toekomstige wijziging op grond van artikel 1:401 BW Pro.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep omdat het middel berustte op een verkeerde lezing van de beschikking van het hof. De vrouw kan te zijner tijd een wijziging van de alimentatieverplichting verzoeken indien haar situatie verandert. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 16 april 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de alimentatie vanaf 1 juni 2005 op nihil wordt gesteld met mogelijkheid tot herziening.