ECLI:NL:HR:2004:AO8801
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zeggenschap en drijven tankstation in milieurechtelijke overtreding
In deze strafzaak stond centraal of de verdachte, eigenaar van de tankinstallatie, kon worden beschouwd als degene die het tankstation drijft in de zin van het oude Besluit tankstations milieubeheer. Het hof had geoordeeld dat de verdachte voldoende zeggenschap had, omdat zij eigenaar was van de installatie en de exploitant niet zelfstandig wijzigingen of reparaties mocht uitvoeren.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk niet voldoen aan voorschriften van het Besluit, specifiek het ontbreken van een dampretoursysteem Stage I bij het tankstation te Rotterdam op 24 september 1999. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van opsporingsambtenaren, een milieudienst en een koop-/bruikleencontract waaruit de eigendom en zeggenschap van de verdachte over de installatie bleek.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'drijven' van een tankstation ook kan omvatten dat een eigenaar van de installatie als mededrijver wordt aangemerkt, mits deze zeggenschap heeft over de bedrijfsvoering. Het cassatieberoep dat het hof de grondslag van de tenlastelegging zou hebben verlaten en dat het begrip 'drijven' niet zou toestaan dat meerdere drijvers bestaan, werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd was. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen en het vonnis van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de verdachte wordt veroordeeld voor medeplegen van overtreding milieuregels.