ECLI:NL:PHR:2009:BH0185
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij overtreding milieuvergunning varkenshouderij
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen verdachte wegens overtreding van een voorschrift verbonden aan een milieuvergunning voor een varkenshouderij in de gemeente Buren. Op 8 januari 2004 werd vastgesteld dat het aantal aanwezige varkens de in de vergunning vastgestelde maxima overschreed. Het hof verklaarde dit bewezen op basis van een telling onder toezicht van de provincie Gelderland en diverse schriftelijke bescheiden, waaronder een voergeldovereenkomst tussen verdachte en een besloten vennootschap (A B.V.) die de varkenshouderij exploiteerde.
Verdachte voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat een eenmalige telling volstond om overtreding vast te stellen, omdat de vergunning volgens hem gebaseerd was op jaargemiddelden. Tevens stelde verdachte dat niet hij, maar A B.V. de inrichting dreef en dat hij slechts verhuurder was. De Hoge Raad oordeelde dat de uitleg van het vergunningsvoorschrift van feitelijke aard is en dat het hof begrijpelijk heeft geoordeeld dat de vergunning een maximale bezetting op enig moment voorschrijft, niet een jaargemiddelde.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat verdachte medepleger was omdat hij nauw en bewust samenwerkte met A B.V. bij de exploitatie, onder meer door het verzorgen van de Minasboekhouding en de personele unie tussen de directies. Het hof had dit oordeel voldoende gemotiveerd en het cassatiemiddel faalde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de geldboete van € 50.000,- opgelegd aan verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van overtreding van een milieuvergunning met een geldboete van € 50.000,-.