ECLI:NL:HR:2011:BP1278
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart OM niet-ontvankelijk voor belaging van medeslachtoffers en vermindert straf
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage in een zaak waarin verdachte werd vervolgd voor belaging (stalking) en bedreiging van een slachtoffer, diens echtgenote en kinderen.
Het hof had geoordeeld dat de klacht van het slachtoffer tevens als klacht van zijn echtgenote en kinderen kon worden beschouwd, waardoor het OM ontvankelijk was in de vervolging voor belaging van deze medeslachtoffers. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit oordeel onjuist was, omdat de klacht van het slachtoffer niet zonder meer kan worden gezien als klacht van zijn echtgenote en dat over de leeftijd van de kinderen niets was vastgesteld. Volgens art. 65 Sr Pro moet een klacht voor minderjarige kinderen door hun wettelijke vertegenwoordiger worden gedaan.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover het betrekking had op de belaging van de echtgenote en kinderen en verklaarde het OM niet-ontvankelijk in de vervolging voor deze feiten. Daarnaast werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd van vier jaar naar drie jaar en elf maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de bewezenverklaring en straf voor de belaging van het primaire slachtoffer in stand bleven. De Hoge Raad deed zelf uitspraak en motiveerde dat de klachtvereisten strikt moeten worden nageleefd om het persoonlijk belang van het slachtoffer te beschermen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard voor belaging van medeslachtoffers en de straf werd verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.