ECLI:NL:HR:2004:AR3520
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over waardering optieovereenkomst en verwijst zaak terug
Belanghebbende heeft in 1997 een pand gekocht en een optieovereenkomst gesloten met haar enig aandeelhouder, waarin een put- en calloptie zijn opgenomen met een uitoefenprijs gelijk aan de aanschafprijs. De Inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op, vermeerderd met een bedrag van ƒ 385.000 als winstuitdeling.
Het hof oordeelde dat de optieovereenkomst een waarde van ten minste ƒ 385.000 had en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had onderzocht of de overeengekomen huur van bijna 8% van de aanschafprijs als een zakelijke rentevergoeding kon worden aangemerkt, hetgeen essentieel is voor de waardering van de optieovereenkomst.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere behandeling met inachtneming van de motivering in dit arrest. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nader onderzoek naar zakelijkheid huurvergoeding.