ECLI:NL:GHAMS:2008:BG8930
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over berekening dagenbreuk bij buitenlandse belastingplichtige
Belanghebbende, een buitenlandse belastingplichtige, betwistte de berekening van het aantal dagen in de noemer van de dagenbreuk voor de inkomstenbelasting over 2003. De inspecteur hanteerde de methode zoals vastgesteld in het arrest van de Hoge Raad van 23 september 2005, terwijl belanghebbende de oudere berekeningswijze uit het arrest van 17 december 1997 aanvoerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het Hof nam de feiten over zoals door de rechtbank vastgesteld en oordeelde dat belanghebbende als inwoner van de Verenigde Staten moet worden aangemerkt voor toepassing van het belastingverdrag. Het Hof stelde vast dat het arrest van 23 september 2005 zonder onderscheid geldt voor binnen- en buitenlandse belastingplichtigen.
Verder oordeelde het Hof dat de inspecteur de dagenbreuk correct had berekend en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalde. Het Hof verwierp het betoog dat het arrest slechts werking naar de toekomst zou hebben en bevestigde dat het arrest van de Hoge Raad onmiddellijk toepassing vindt op nog niet onherroepelijke aanslagen.
De slotsom was dat het hoger beroep ongegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2003 blijft ongewijzigd.