ECLI:NL:HR:2005:AR5101
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen oplichting en diefstal met herstel kwalificatie
De Hoge Raad heeft op 11 januari 2005 het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 oktober 2003. De verdachte was primair veroordeeld voor diefstal en medeplegen van meermalen gepleegde oplichting, met een gevangenisstraf van twintig maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat de motiveringsklacht onvoldoende was onderbouwd en dat het verzoek tot aanhouding terecht was afgewezen. Tevens heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de bewezenverklaring ten aanzien van de diefstal onjuist was geformuleerd wat betreft de wijze van toegang tot het misdrijf, en heeft deze kennelijke vergissing hersteld zonder dat dit de aard en ernst van het bewezenverklaarde aantastte.
Ook werd vastgesteld dat bepaalde onderdelen van de bewezenverklaring met betrekking tot de oplichting onterecht waren opgenomen en werden deze gecorrigeerd. De Hoge Raad bevestigde de strafoplegging en zag geen reden om het arrest te vernietigen. Hiermee bleef de veroordeling van de verdachte in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt veroordeling tot twintig maanden gevangenisstraf waarvan vijf voorwaardelijk.