ECLI:NL:HR:2011:BP2620
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid handel met voorwetenschap bij overnameplannen VPV
Deze zaak betreft het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over handel met voorwetenschap door Veer Palthe Voûte N.V. (VPV) in aandelen van houdstervennootschappen. VPV had plannen voor een overname van diverse houdstervennootschappen, waarbij fiscale vaststellingsovereenkomsten met het Ministerie van Financiën werden onderhandeld. Deze informatie werd als koersgevoelig en niet openbaar beschouwd.
Het Hof had vastgesteld dat vanaf 17 september 1999 sprake was van een concrete en koersgevoelige bijzonderheid, namelijk de onderhandelingen over de fiscale afwikkeling van de overname, die van grote invloed konden zijn op de koers van de aandelen. VPV verrichtte in de periode van 11 oktober tot 3 december 1999 transacties in aandelen van de betrokken fondsen terwijl zij over deze voorwetenschap beschikte.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat sprake was van een niet-openbaar gemaakte koersgevoelige bijzonderheid en dat het verrichten van transacties met die voorwetenschap strafbaar is. Er is geen causaal verband vereist tussen de voorwetenschap en de transacties; het enkele feit van handelen met voorwetenschap is voldoende. De Hoge Raad vernietigt slechts de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn en vermindert de geldboete en vervangende hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafrechtelijke veroordeling voor handel met voorwetenschap en vermindert de geldboete en vervangende hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn.