ECLI:NL:GHAMS:2007:BC9108
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Kortenhorst
- R.C.P. Haentjens
- R.E. de Winter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling handel met voorwetenschap bij effectentransacties
In deze strafzaak oordeelt het gerechtshof Amsterdam over handel met voorwetenschap met betrekking tot aandelen Landis Group N.V. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld, maar het hof vernietigt dit vonnis en spreekt hem vrij van het primair tenlastegelegde. Wel acht het hof bewezen dat verdachte opzettelijk het subsidiaire feit van uitlokking van overtreding van artikel 5:56 van Pro de Wet op het financieel toezicht heeft begaan.
Het hof analyseert uitgebreid de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en de latere Wet op het financieel toezicht, en de relevante Europese richtlijnen. Het hof concludeert dat het nieuwe artikel 5:56 Wft Pro gunstiger is voor de verdachte en past dit toe. Het hof overweegt dat er onvoldoende koersgevoeligheid was voor de emissie en dat bepaalde bijzonderheden als eigen voornemens van betrokken partijen gelden, waardoor vrijspraak voor het primaire feit volgt.
Tegelijkertijd acht het hof bewezen dat verdachte in juli 2001 informatie heeft verstrekt aan grootaandeelhouders die transacties hebben bewerkstelligd, waarmee hij het subsidiaire tenlastegelegde feit heeft begaan. De straf wordt bepaald op een geldboete van €14.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het arrest is gewezen door de 4e meervoudige economische strafkamer en uitgesproken op 1 maart 2007.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van primair tenlastegelegde en veroordeeld tot een geldboete van €14.000 voor subsidiair uitlokken van overtreding van artikel 5:56 Wft.