ECLI:NL:HR:2005:AS8854
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onrechtmatige telefoontap en wijst zaak terug
In deze strafzaak oordeelde het hof Amsterdam dat de verdachte vrijgesproken moest worden omdat de opname van telecommunicatie zonder de vereiste machtigingen had plaatsgevonden. Het hof stelde vast dat de bevelen voor de telefoontap niet door de rechter-commissaris waren goedgekeurd, wat leidde tot een onrechtmatige toepassing van dit opsporingsmiddel.
De Hoge Raad bevestigt dat het ontbreken van de vereiste machtigingen op zichzelf al leidt tot onrechtmatigheid van de telefoontap. Het hof had echter onvoldoende gemotiveerd waarom de daaropvolgende doorzoekingen en het verkregen bewijs onlosmakelijk verbonden waren aan deze onrechtmatige tap, terwijl op het moment van de bevelen al een redelijke verdenking bestond.
Daarnaast is het oordeel van het hof over de bruikbaarheid van de verklaringen van verdachte en zijn partner onbegrijpelijk, aangezien verdachte in eerste aanleg en hoger beroep bekennende verklaringen heeft afgelegd in aanwezigheid van zijn raadsman en na cautie.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.