ECLI:NL:HR:2005:AT2903
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens ontbreken keuze in alternatieve tenlastelegging
In deze strafzaak oordeelde het hof dat verdachte op 26 april 2003 te Nieuwegein diefstal en poging daartoe had gepleegd, waarbij hij volgens de tenlastelegging zowel alleen als samen met een ander had kunnen handelen. Het hof maakte in de bewezenverklaring geen keuze tussen deze alternatieven, maar kwalificeerde de feiten als gepleegd door verdachte alleen. De Hoge Raad stelde vast dat het hof daarmee de grondslag van de tenlastelegging had verlaten.
De Hoge Raad concludeerde dat de bewijsmiddelen geen aanwijzingen bevatten voor medeplichtigheid of medeplegen, waardoor de bewezenverklaring voor het handelen 'tezamen en in vereniging met een ander' niet stand kon houden. Daarom vernietigde de Hoge Raad dit deel van de bewezenverklaring, maar verwierp het beroep voor het overige.
De zaak betrof diefstal en poging tot diefstal met gebruik van valse sleutels, gepleegd in een woning en gericht op diverse goederen en een personenauto. Het hof had verdachte veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf met verbeurdverklaring en teruggave van inbeslaggenomen goederen, en een schadevergoeding van €142,50 toegewezen aan de benadeelde partij.
De Hoge Raad nam het arrest van het hof deels in stand, maar corrigeerde de bewezenverklaring om te voldoen aan de eis dat de grondslag van de tenlastelegging duidelijk moet zijn, met name bij alternatieve formuleringen. Dit arrest benadrukt het belang van precisie in bewezenverklaringen en de noodzaak dat het bewijs aansluit bij de geformuleerde tenlastelegging.
Uitkomst: De bewezenverklaring voor handelen tezamen en in vereniging met een ander is vernietigd; het overige van het arrest blijft gehandhaafd.