ECLI:NL:PHR:2008:BC7421
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt universele rechtsmacht en verwerpt nemo tenetur-verweer in zaak marteling Afghaanse militair
De zaak betreft een Afghaanse militair die in de periode 1979-1989 in Kabul betrokken was bij martelingen van burgers en werd vervolgd in Nederland op grond van universele rechtsmacht. De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse strafwet, met name art. 8 en Pro 3 van de Wet Oorlogsstrafrecht (WOS), toepassing vindt op deze feiten, ook al betreft het een niet-internationaal gewapend conflict.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder het ontbreken van rechtsmacht, nietigheid van de dagvaarding, onvoldoende omschrijving van beschermde personen, en schending van het nemo tenetur-beginsel door gebruik van verklaringen die verdachte bij de IND had afgelegd. Deze verweren werden door het hof en de Hoge Raad verworpen. Het hof oordeelde dat de IND-verklaringen niet onder dwang waren afgelegd en dat het gebruik daarvan in het strafrechtelijk onderzoek niet onrechtmatig was.
Het bewijs bestond uit verklaringen van slachtoffers die mishandeling en marteling beschrijven, waaronder het toedienen van elektrische schokken, slaan, en afknippen van een vinger. Het hof achtte deze verklaringen betrouwbaar ondanks de moeilijke context en het lange tijdsverloop. Het hof veroordeelde verdachte tot negen jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van schending van de wetten en gebruiken van de oorlog.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof over de rechtsmacht, de strafbaarheid van de feiten, het bewijs en de rechtmatigheid van het proces. Ook werd het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie afgewezen. De zaak onderstreept de toepassing van universele rechtsmacht in Nederland voor ernstige internationale misdrijven en de grenzen aan het nemo tenetur-beginsel bij gebruik van verklaringen uit asielprocedures.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling tot negen jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van ernstige oorlogsmisdrijven in Afghanistan.