ECLI:NL:HR:2005:AT5834
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens wederrechtelijk dwingen onder militaire gezagsverhouding
De verdachte, een militaire meerdere, werd door het hof veroordeeld wegens het wederrechtelijk dwingen van een ondergeschikte om seksuele vernederingen te ondergaan. Het hof stelde vast dat verdachte het slachtoffer naar een kamer leidde die niet voor hem bestemd was, waar hij samen met anderen het slachtoffer aanstelde tot seksuele handelingen en vernederingen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende bewijs had voor wederrechtelijkheid en opzet, ook in voorwaardelijke zin, en dat het verweer van verontschuldigbare dwaling terecht was verworpen. De gedragingen van verdachte en mededaders oefenden zodanige psychische druk uit dat het slachtoffer zich gedwongen voelde te voldoen aan de eisen.
Het hof had terecht geoordeeld dat de militaire gezagsverhouding en de omstandigheden van het incident de dwang en wederrechtelijkheid bevestigden. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling tot een taakstraf en subsidiaire hechtenis bleef in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling van verdachte voor wederrechtelijk dwingen tot seksuele vernederingen binnen militaire gezagsverhouding.