Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
Kort samengevat is steeds bewezenverklaard dat de verdachte het slachtoffer door een tegen hem of haar gerichte feitelijkheid wederrechtelijk heeft gedwongen iets te dulden. De feitelijkheid bestond – globaal gesproken – uit de telefonische mededeling dat de verdachte van de politie was, slecht nieuws had en dat het slachtoffer beter even kon gaan zitten of elementen daarvan. Het dulden had steeds betrekking op het vervolgens minutenlang luisteren naar het slechte nieuws over het overlijden van een dierbare met gruwelijke details.
Zo luidt bijvoorbeeld de bewezenverklaring van feit 1 dat:
(...)
(...)
Anders dan het middel betoogt, vindt de opvatting dat een ‘feitelijkheid’ als bedoeld in artikel 284 Sr Pro niet uitsluitend kan bestaan uit het uitspreken van woorden, geen steun in het recht.
3.Beslissing
7 april 2020.