ECLI:NL:RBROT:2007:BB2020
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bewindvoerder tot intrekking beroep na noodregeling kredietinstelling
Deze bestuursrechtelijke procedure betreft de vraag of de bewindvoerder, benoemd op grond van de noodregeling onder de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992), bevoegd is om namens kredietinstellingen Belba B.V. en A/b Financiën B.V. beroepen tegen besluiten van De Nederlandsche Bank (DNB) in te trekken.
Na het opleggen van een last onder dwangsom door DNB en het ongegrond verklaren van bezwaar, hebben Belba en A/b beroep ingesteld. Vervolgens zijn zij onder een noodregeling geplaatst waarbij mr. J.A.D.M. Daniëls als bewindvoerder werd benoemd. De bewindvoerder heeft de beroepen ingetrokken, waarna eiseressen dit hebben bestreden.
De rechtbank stelt vast dat ingevolge artikel 72 van Pro de Wtk 1992 de bewindvoerder exclusief bevoegd is tot het instellen en intrekken van beroepen tegen besluiten van DNB. De rechtbank volgt de jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en oordeelt dat de intrekking rechtsgeldig is. Tevens wordt geoordeeld dat de intrekking niet in strijd is met het EVRM en dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en bevestigt zij dat de bewindvoerder de belangen van de gezamenlijke schuldeisers behartigt. De beëindiging van de noodregeling per 28 december 2006 doet hieraan niet af.
Uitkomst: De beroepen van Belba en A/b worden niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking door de bewindvoerder.