ECLI:NL:RBROT:2008:BC4396
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering vergunning financiële dienstverlener wegens twijfel aan betrouwbaarheid beleidsbepalers
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening van A/b tegen het besluit van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om haar vergunningaanvraag voor het aanbieden en bemiddelen van krediet te weigeren. De AFM baseerde haar besluit op twijfel aan de betrouwbaarheid van de beleidsbepalers van A/b, mede vanwege eerdere overtredingen van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992), waaronder een sepot uit 1999, een last onder dwangsom in 2004 en een noodregeling.
De beleidsbepalers hadden in het aanvraagformulier niet volledig openheid van zaken gegeven over hun antecedenten en conflicten met toezichthouders. De rechtbank oordeelde dat de AFM in redelijkheid tot haar oordeel kon komen en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. De rechtbank stelde dat het besluit van de AFM geen bestraffende sanctie is, maar een wettelijke maatregel ter bescherming van de integriteit van de financiële markten.
A/b voerde onder meer aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat de beleidsbepalers het formulier naar beste weten hadden ingevuld en dat DNB nooit twijfelde aan hun betrouwbaarheid. Deze bezwaren werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeerde dat het belang van het handhaven van integriteit en vertrouwen op de financiële markten zwaarder weegt dan de belangen van A/b en haar beleidsbepalers.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunningaanvraag wordt afgewezen.