ECLI:NL:HR:2005:AT8788
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Geen mogelijkheid meer voor paraplumachtiging sinds invoering voorwaardelijke machtiging Wet Bopz
In deze zaak heeft de officier van justitie een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verzocht voor verzoekster, die feitelijk niet meer in het ziekenhuis verbleef maar thuis was met voorwaarden opgelegd door de geneesheer-directeur. De rechtbank verleende op 10 maart 2005 een onvoorwaardelijke machtiging, de zogenaamde paraplumachtiging, als vangnet om de situatie voort te zetten.
De Hoge Raad stelde vast dat sinds de invoering van de voorwaardelijke machtiging per 1 januari 2004 geen plaats meer is voor de paraplumachtiging. Deze laatste werd vroeger gebruikt om patiënten buiten het ziekenhuis onder voorwaarden te houden, maar bood onvoldoende rechtsbescherming. De voorwaardelijke machtiging vereist instemming van de patiënt met het behandelingsplan en is daarmee een verbetering van de rechtspositie.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling met toepassing van de voorwaardelijke machtiging. Hiermee werd bevestigd dat de paraplumachtiging niet langer toelaatbaar is en dat de nieuwe wettelijke regeling de voorkeur heeft.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot verlenging verblijf via paraplumachtiging en verwijst de zaak terug voor toepassing van de voorwaardelijke machtiging.