ECLI:NL:HR:2005:AU0872
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake niet-tijdige belastingaangiften en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1996 en 1997 aanslagen inkomstenbelasting opgelegd met een verhoging wegens niet-tijdige aangiften. De Inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, maar erkende later dat de bezwaarschriften tijdig waren ingediend volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Het Hof verklaarde de beroepen ongegrond omdat belanghebbende de vereiste aangiften niet had gedaan en onvoldoende bewijs leverde dat de aanslagen onjuist waren. Belanghebbende stelde dat de aangiften te laat maar toch tijdig na uitstel waren ingediend en dat ziekte de vertraging verontschuldigde.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof het beroep gegrond had moeten verklaren vanwege de erkende tijdige indiening van de bezwaarschriften en de onvoldoende gemotiveerde bewijswaardering. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad wijst erop dat de door belanghebbende overgelegde stukken geen geldige aangiften zijn en dat latere aangiften de sancties niet ongedaan maken. Verder is onvoldoende gemotiveerd waarom het Hof het bewijs van belanghebbende afwees, met name inzake betaalde hypotheekrente. De proceskostenveroordeling blijft achterwege.
De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht voor de cassatieprocedure.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.