ECLI:NL:HR:2005:AU1712
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Overgang van onderneming en loonvordering bij arbeidsrelatie na bedrijfsovername
In deze zaak vordert de werknemer, die bij een bedrijf werkte dat werd overgenomen door een andere partij, een verklaring dat hij met ingang van de overgang van onderneming van rechtswege in dienst is getreden bij de nieuwe werkgever. Tevens vordert hij betaling van salaris vanaf een bepaalde datum tot het einde van het dienstverband.
De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen en het hof heeft dit vonnis bekrachtigd. De werkgever stelde in hoger beroep onder meer dat geen sprake was van een overgang van onderneming en dat het ontslag rechtsgeldig was. Daarnaast bracht hij voor het eerst in hoger beroep een beroep op matiging van de loonvordering naar voren, omdat de werknemer zelf een reparatiewerkplaats exploiteerde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het het beroep op matiging niet heeft behandeld. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling, waarbij het beroep op matiging adequaat moet worden beoordeeld. De Hoge Raad veroordeelt de werknemer in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, met nadruk op het niet-behandelde beroep op matiging van de loonvordering.